computerwoorden.nl
Servers woordenboek
Home | Sitemap | Zoektips | | Blog

Servers

C/S

  • Client/Server
Een systeemarchitectuur waarin de werkstations van de gebruikers, waarop front-end software draait en die ten minste een deel van de uitvoering van de toepassingen verzorgen, gegevens opvragen aan een server. File-servers zijn gespecialiseerd in de opslag, het lezen van en het schrijven naar centrale bestanden, terwijl toepassingsservers een deel van de uitvoering van toepassingen verzorgen. In een client/server-systeem is de verwerking verdeeld tussen de client-stations en de servers.

CA

  • Certification Authority
Een dienst die wordt gebruikt om Public Key-certificaten uit te geven en te beheren, zoals Microsoft Certificate Server die omgaat met digital certificaties.

CA

  • Certification Authority
De centrale instelling die beveiligingssleutels openbaar maakt, verspreidt en waarborgt. Exchange Server kan worden geconfigureerd om deze rol te vervullen.

Caching-only server

  • Alleen-caching naamserver
Een alleen-caching naamserver (caching-only server) doet precies wat de naam suggereert: deze slaat naamomzettingen op in de cache. Het enige doel van een alleen-caching naamserver is de efficiëntie van het naamomzettingsproces verhogen. Dit type server onderhoudt geen permanente zonelijst. Een alleen-caching naamserver kan wel aanvragen omzetten, maar maakt hiervoor vaak gebruik van andere naamservers. Als een alleen-caching naamserver een aanvraag heeft omgezet, wordt de naamomzetting opgeslagen in de cache. Als een andere client om omzetting van een naam vraagt die pas nog is omgezet, kan de server meteen het juiste IP-adres vermelden. Dit type servers komt het best tot zijn recht aan het einde van een trage WAN-koppeling, want ze vereisen geen zone-overdrachten en kunnen wel aanvragen beantwoorden.

Catalog

De directory waarin de indexserver-data is opgeslagen. De data is gesorteerd in de directory Catalog.wci onder het path (pad) dat actief was tijdens de installatie.

cc:Mail Hub

Centrale computer die zorgt voor de verdeling van e-mailberichten op het netwerk, een soort elektronische postbode. De cc:Mail Hub op CompuServe verdeelt e-mailberichten tussen cc:Mail-gebruikers en CompuServe-gebruikers.

Central server

  • Centrale server
Hart van een netwerk; alle gemeenschappelijk te gebruiken resources zijn gekoppeld aan deze pc. Als de pc niet meer als normaal werkstation te gebruiken is, spreken we van een dedicated server.

Centrale fileserver

Computer in een een netwerk waarop bestanden worden opgeslagen die voor verschillende gebruikers beschikbaar moeten zijn.

Certification Authority

  • CA
De centrale instelling die beveiligingssleutels openbaar maakt, verspreidt en waarborgt. Exchange Server kan worden geconfigureerd om deze rol te vervullen.

Checkpoint File

Het bestand (EDB.CHK) dat de markering van een transactie logboek bevat dat de grens aangeeft tussen gegevens die nog niet en gegevens die wel zijn toegevoegd aan een Exchange database.

CIM

  • Common Information Model
Model waarmee systemen gegevens kunnen leveren aan upstream-beheertools (bijvoorbeeld Hewlett-Packard, Unicenter van Computer Associates en Tivoli) die vaak in organisaties worden gebruikt. Bovendien levert dit model belangrijke systeeminformatie zonder dat er hoeft te worden geïnvesteerd in grootschalige systeembeheertools.
Met behulp van CIM kan een programma informatie krijgen van een systeem.
Met behulp van CIM kan een programma informatie krijgen van een systeem.

Circular Logging

Het proces waarbij nieuwe gegevens uit transaction log files gegevens overschrijven die al zijn toegevoegd. In plaats van steeds nieuwe transactie logbestanden te maken, keert de database-engine van Exchange terug naar het beginpunt en gebruikt hij de logbestanden die al volledig zijn toegevoegd aan de database opnieuw. Circular logging beperkt het aantal transactie logbestanden op de harde schijf. Deze bestanden kunnen niet worden gebruikt voor het opnieuw samenstellen van de database omdat ze niet over de volledige gegevens beschikken. De logbestanden bevatten uitsluitend de meest recente gegevens die nog niet aan de database zijn toegevoegd. Circular logging is de standaard instelling van de databases van de Exchange Directory en de Information Store.

Client

Een computer die toegang heeft tot de gedeelde hulpbronnen van het netwerk die een andere computer beschikbaar stelt; deze laatste wordt een server genoemd.

Client

Een softwareprogramma dat wordt gebruikt om contact te leggen met een server met het doel informatie te verkrijgen of een bepaalde dienst te vragen. De client vraagt datapakketjes op, de server geeft ze uit ('serveert ze'). Ieder client-programma is ontwikkeld om met één of meer specifieke servers te kunnen werken. Ieder type server heeft dan ook zijn eigen specifieke client-software nodig.

Client-server model

Computer stelt opdracht samen, de server voert de taken uit en vervolgens geeft de computer het resultaat weer.

Client-software

Softwareprogramma's die toegang bieden tot netwerkbronnen door een verbinding met een server tot stand te brengen.

Cluster

Een groep onafhankelijke computers, die samenwerken bij het uitvoeren van een gemeenschappelijk gebruikte set applicaties en voor de client en de applicatie één enkel systeem lijken te zijn. De doelstelling van clustering is het optimaliseren van schaalbaarheid, beschikbaarheid en betrouwbaarheid in meerdere lagen van een netwerk.

Cluster Server

Een Microsoft (software)produkt dat het mogelijk maakt om verschillende fysieke servers omwille van fouttolerantie logisch te groeperen.

Clustering

Server-architectuur waarbij multiprocessing wordt gesimuleerd door twee of meer computers met elkaar te verbinden en de verwerkingscapaciteit voor toepassingen te verdelen over die computers. Een oplossing om beschikbaarheid van resources op grote netwerken te vergroten is de aaneensluiting van meerdere pc-servers, waardoor ze naar buiten toe één systeem lijken.

Cold boot loader

Een softwareprogramma dat zich op de harde schijf van de fileser bevindt en dat ervoor zorgt dat na het starten van de fileserver het netwerkbesturingssysteem wordt geladen.

Collaboration Data Objects

  • CDO
Een messaging API van Microsoft die in toepassingen kan worden gebruikt om functionaliteit voor berichten te creëren. CDO kan worden gebruikt om server-toepassingen te maken die toegang tot BackOffice-producten verlenen aan Internet-clients door middel van een Internet Information Server (IIS).

Collabra

Workflow management/groupware-server van Netscape.

Commerce Server

Server-software die deel uit maakt van Microsoft .NET Enterprise Servers pakket. Met Microsoft Commerce Server 2000 kunt u op een minder complexe en tijdrovende manier op maat gemaakte, effectieve oplossingen voor e-commerce ontwikkelen. Naast een applicatieframework biedt Commerce Server geavanceerde functionaliteit voor het verzamelen van feedback en het analyseren van gegevens, zodat u snel sites kunt ontwikkelen die zijn toegespitst op de behoeften van de klant.

Communicatiebuffers

Plaatsen in het interne geheugen van de fileserver waar te versturen en ontvangen gegevens van en naar de werkstations tijdelijk worden opgeslagen om te worden verwerkt.

CON

  • Console
  • Terminal
Monitor en toetsenbord om het mainframe te benaderen.

Connectors

Software die het transport van gegevens tussen Exchange-sites regelt (bijvoorbeeld de Site Connector) of tussen een Exchange-site en een foreign berichtsysteem (bijvoorbeeld de X.400 Connector, Microsoft Mail Connector en de Internet Mail Service.

Console

De monitor en het toetsenbord van waaraf de fileserver kan worden gestuurd. Zo kan het systeembeheer worden uitgevoerd.

Containerobject

Een object in de hiërarchie van Exchange dat andere objecten bevat en groepeert. Het organization-object is een container-object dat de objecten Folders, Globel Address List en Site bevat.

Content Management Server

Server-software die deel uit maakt van Microsoft .NET Enterprise Servers pakket. Met Microsoft Content Management Server 2001 verkort u de tijd die is vereist voor het ontwikkelen en implementeren van informatieve websites die hoge schaalbaarheid, betrouwbaarheid en prestaties leveren. Content Management Server stelt aanbieders van webinhoud in staat om hun eigen inhoud te beheren en biedt de site-bezoekers een doelgerichte en op maat gemaakte ervaring die overeenkomt met hun profiel en browser.

Context Level

Duidt een niveau aan in de hiërarchie van Exchange dat geen permissions erft van andere delen van de hiërarchie. De drie context levels zijn organization, site en configuration. Permissions (rechten) met betrekking tot het beheer moeten afzonderlijk aan de gebruikers(groepen) woden toegekend op elk van de drie niveaus.

CSA

  • Client/Server Architecture
Systeem bestaande uit database (server), front-end (client) en middleware.

Custom Recipient

Een recipient-object van Exchange dat een ontvanger van berichten van een non-Exchange systeem aanduidt. Custom recipients stellen Exchange-clients in staat berichten aan foreign gebruikers van mail te adresseren.