computerwoorden.nl
Protocollen
Home | Sitemap | Zoektips | | Blog

Protocollen

S-HTTP

  • Secure Hypertext Transfer Protocol
  • HTTPS.
Protocol voor versleutelde HTTP overdracht, gericht op de beveiliging van gegevens. Het bevat vooral beveiligingsfuncties voor het versleutelen en voor het vertrouwelijk communiceren met certificaten. De beveiliging is meestal in de vorm van RSA-encryptie. Het is een doorontwikkeling van het HTTP (Hypertext Transfer Protocol).

S/MIME

  • Secure MIME
  • RFC 1521
Een definitie voor het beveiligen van e-mails door authentification met behulp van digitale signaturen en versleuteling volgens RSA.

SAP

  • Service Advertisement Protocol
Een protocol van Novell dat door servers wordt gebruikt om hun aanwezigheid en diensten op een netwerk bekend te maken. Verzendt informatie via gedeelde bronnen (bijvoorbeeld bestanden en printers) in het netwerk. Servers gebruiken SAP om hun eigen bronnen bekend te maken aan de andere netwerkcomputers. Clients gebruiken SAP om na te kijken welke bronnen in het netwerkverband klaar staan voor gebruik.

SAP

  • Service Access Point
De interface tussen elk van de zeven lagen in de protocol-stack van het OSI-model heeft verbindingspunten, die op adressen lijken en voor communicatie tussen de lagen worden gebruikt. Er kunnen in elke protocollaag meerdere SAP's gelijktijdig actief zijn.

SASL

  • Simple Authentication and Security Layer
Een protocol dat verbindingen van SMTP-clients verifieert voor een SMTP-server.

SCEP

  • Simple Certification Enrollment Protocol
Met behulp van SCEP kunnen organisaties gebruikmaken van geavanceerde certificatie-services, die als optie beschikbaar zijn in de Windows 2000 Resource Kit, om Cisco IOS-routers en Cisco Secure firewalls van digitale certificaten van Microsoft's Certificate Server te voorzien.

SCS

  • SNA Control Sream
Een native OS/400 printerprotocol die een SNA-verbinding vereist.

SDLC

  • Synchronous Data Link Control
Het datalink (datatransmissie)-protocol dat op uitgebreide schaal wordt toegepast in netwerken die gebaseerd zijn op SNA van IBM. SDLC is een richtlijn voor communicatie die het formaat definieert waarin gegevens worden verzonden. Zoals de naam suggereert, wordt SDLC gebruikt bij synchrone transmissies. SDLC is ook een bit-georiënteerd protocol en verdeelt gegevens in gestructureerde eenheden die frames worden genoemd

SEAL

  • Simple Efficient Adaption Layer
Adaptieprotocol dat later als door het ATM Forum werd aangenomen als AAL 5.

Sealink

Protocol voor het verzenden van binaire bestanden, dat de exacte grootte van de bestanden handhaaft.

Secure Sockets Layer

  • SSL
Een Internet-protocol dat beveiligde en geverifieerde TCP/IP-verbindingen biedt. Een client en een server voeren een handshake uit waarbij ze het niveau van beveiliging overeenkomen, zoals de eisen voor authentication en codering. SSL kan worden gebruikt om vertrouwelijke gegevens voor de overdracht te coderen.

SEPP

  • Secure Electronic Payments Protocol
Protocol voor beveiligde transacties over het Internet met bankkaarten. Ontwikkeld door IBM, Netscape, GTE, Cybercash en MasterCard. SEPP maakt gebruik van MIME-attachments.

Serial Line Interface Protocol

  • SLIP
Een protocol om een computer via een telefoonlijn op het Internet te kunnen aansluiten.

Server Message Block

  • SMB
Het protocol dat ontwikkeld is door Microsoft, Intel en IBM, en een aantal commando's definieert waarmee gegevens tussen netwerkcomputers worden uitgewisseld. De redirector verzamelt SMB-verzoeken in een netwerk control block (NCB) dat over het netwerk naar een remote device kan worden verzonden. De netwerk-provider luistert of er SMB-boodschappen voor hem zijn bestemd en verwijdert de gegevens uit het SMB-verzoek zodat ze door een lokaal device verwerkt kunnen worden.

Service Advertisement Protocol

  • SAP
Een protocol van Novell dat door servers wordt gebruikt om hun aanwezigheid en diensten op een netwerk bekend te maken.

SET

  • Secure Exchange Transaction
Protocol voor veilige on-line transacties.

SG4

Een protocol dat de beeldkwaliteit verbetert.

Simple Authentication and Security Layer

  • SASL
Een protocol dat verbindingen van SMTP-clients verifieert voor een SMTP-server.

Simple Certificatie Enrollment Protocol

  • SCEP
Met behulp van SCEP kunnen organisaties gebruikmaken van geavanceerde certificatie-services, die als optie beschikbaar zijn in de Windows 2000 Resource Kit, om Cisco IOS-routers en Cisco Secure firewalls van digitale certificaten van Microsoft's Certificate Server te voorzien.

Simple Mail Transfer Protocol

  • SMTP
Een onderdeel van de TCP/IP standaard voor het verzenden van mail. Dit is het electronic mail-protocol dat bij TCP/IP wordt ingezet. Internet Protocol voor de uitwisseling van e-mail.

Simple Network Management Protocol

  • SNMP
Een TCP/IP protocol om netwerken te bewaken. Bij SNMP bewaken kleine utilities, agents, het netwerkverkeer en -gedrag in cruciale netwerkonderdelen teneinde statistische gegevens te verzamelen en ze op te slaan in een Management Information Base (MIB). Om de gegevens in een bruikbare vorm te verzamelen pollt een speciaal management console-programma de agents en brengt informatie over naar hun MIB's. Komt een gegeven boven of onder parameters die de netwerkmanager heeft ingesteld, dan kan het management console-programma boodschappen op het beeldscherm zetten die aangeven waar zich een probleem voordoet en een waarschuwing sturen naar onderhoudsmedewerkers door automatisch een oproepnummer te kiezen.

SIP

  • Session Inititation Protocol
Een standaard voor internettelefonie. SIP is moderner en veelzijdiger dan H.323 (de andere standaard). Sip kan bijvoorbeeld doorverbinden, doorschakelen en dataoverdracht verzorgen, wat H.323 weer niet kan. Hard- en software voor internettelefonie ondersteunen meestal beide standaarden.

SIPP

  • Simple Internet Protocol Plus
  • IPv6
Een gewijzigde en gecombineerde versie van IP en CLNP, wordt ook wel IPv6 genoemd. IPv6-adressen zijn langer dan die van IPv4, namelijk 16 bytes. Hiermee is het probleem dat IPv6 moest verhelpen opgelost: er is een praktisch onbeperkte voorraad internetad

SIR

  • Serial Infrared
  • Serial Infrarood
Aanduiding van de IrDA-standaard 1.0 met 115.200 kilobit/s.

SLIP

  • Serial Line Interface Protocol
Een protocol om een computer via een telefoonlijn op het Internet te kunnen aansluiten. Protocol dat de datacommunicatie tussen PC en de host van een acces provider onderhoudt. Bij veel providers is SLIP vervangen door PPP.

SLIP/PPP

  • Serial Line Internet Protocol/Point to Point Protocol
Om een verbinding te maken met het Internet via Serial Line Internet Protocol (SLIP) of Point to Point Protocol (PPP), heb je TCP/IP software nodig op je computer. Bij een SLIP/PPP verbinding wordt jouw computer feitelijk een schakel in het Internet. Je kan dan klant software direct gebruiken. Dit heeft voordelen boven een shell account waar je dubbel moet downloaden om een file te verplaatsen via FTP omdat de data eerst naar het netwerk gaan en dan naar een lokale machine.

SMB

  • Server Message Block
Het protocol dat ontwikkeld is door Microsoft, Intel en IBM, en een aantal commando's definieert waarmee gegevens tussen netwerkcomputers worden uitgewisseld. De redirector verzamelt SMB-verzoeken in een netwerk control block (NCB) dat over het netwerk naar een remote device kan worden verzonden. De netwerk-provider luistert of er SMB-boodschappen voor hem zijn bestemd en verwijdert de gegevens uit het SMB-verzoek zodat ze door een lokaal device verwerkt kunnen worden.

SMTP

  • Simple Mail Transfer Protocol
Een standaard voor het uitwisselen van e-mails tussen servers in een netwerk (inclusief Internet). E-mail clients maken alleen van SMTP gebruik om e-mails te versturen, niet om e-mails te ontvangen. Voor het ontvangen van e-mails wordt vaak het protocol POP3 gebruikt. SMTP is gedefinieerd in de volgende RFC's: 821, 1425, 1651, 1830, 1845, 1854, 1869, 1870 en 2197.

SNADS

  • Systems Network Architecture Distribution Services
Een store-and-forward-protocol van IBM voor de overdracht van gegevens. SNADS maakt het mogelijk dat afzender en ontvanger niet gesynchroniseerd hoeven te zijn.

SNAP

  • Sub Network Address Protocol
Dit is de techniek om Ethernet versie 2-frames, dus niet OSI-frames, over FDDI- en TokenRingnetwerken te transporteren. De FDDI-kanaaladapters van Siemens Nixdorf werken met deze techniek en zijn dan ook in alle FDDI-netwerken die met deze techniek werken, inzetbaar, dit in tegenstelling tot netwerken die met de encapsulation methode werken en leveranciergebonden zijn, hetgeen resulteert in een niet open netwerk. Inkapselformaat voor 802.2 pakketten.

SNMP

  • Simple Network Management Protocol
Raamwerk voor het beheren van een netwerk. Simple Network Management Protocol, deze zorgt ervoor dat de netwerkbeheerder supervisie op het netwerk houdt met programma's van verschillende leveranciers. SNMP is een standaard die vrijwel elke leverancier ondersteunt. De onderdelen waaruit SNMP is opgebouwd bestaan uit een management-agent, MIB's, een SNMP-protocol-agent en het netwerktransport-protocol. Een TCP/IP protocol om netwerken te bewaken. Bij SNMP bewaken kleine utilities, agents, het netwerkverkeer en -gedrag in cruciale netwerkonderdelen teneinde statistische gegevens te verzamelen en ze op te slaan in een Management Information Base (MIB). Om de gegevens in een bruikbare vorm te verzamelen pollt een speciaal management-console-programma de agents en brengt informatie over naar hun MIB's. Komt een gegeven boven of onder parameters die de netwerkmanager heeft ingesteld, dan kan het management-console-programma boodschappen op het beeldscherm zetten die aangeven waar zich een probleem voordoet en een waarschuwing sturen naar onderhoudsmedewerkers door automatisch een oproepnummer te kiezen. SNMP-beheer is gebaseerd op agents, die met elkaar communiceren. SNMP gebruikt meestal IP als basis-protocol en komt het meest voor in high-end Lan-Management software. Aan de agent-zijde is SNMP goed gestandaardiseerd, maar aan de console-zijde niet. De meeste intelligentie eromheen is evenmin gestandaardiseerd en moet dus aan de console worden toegevoegd. Er bestaat inmiddels een nog niet volledig uitgekristalliseerde SNMP2, die verbeterde beveiliging en optimalisaties in bandbreedtegebruik geeft.

SNMP 2

Dit protocol is een verbetering van de SNMP op het gebied van prestaties, beveiliging en manager-to-manager communicatie.

SNMP agent

Simple Network Management Protocol dat reageert op de verzoeken van een centraal systeem en die dat systeem op de hoogte brengt als zich een abnormale gebeurtenis voordoet (schijf vol, login ongeldig, enzovoort). De networkmanagement-agent voor de apparatuur (een programma in een centraal deel van de apparatuur). Deze communiceert met deze apparatuur veelal met leverancierspecifieke protocollen. De desbetreffende apparatuur zal dus alleen door een networkmanagement-centre van een andere leverancier beheerd kunnen worden, als in elk autonoom deel van de apparatuur een SNMP-agent aanwezig is.

SNMP nadelen

Nadelen van SNMP zijn:
  1. SNMP heeft een aantal enorme gaten in de beveiliging die indringers de mogelijkheid bieden om informatie te bemachtigen en clientcomputers uit te schakelen.
  2. SNMP is niet verfijnd genoeg om de gedetailleerde, hogere informatie te bieden die mogelijk wordt vereist door de hedendaagse beheerders.

SNMP RFC

RFC's zijn documenten waarin TCP/IP-standaards en de interne werking van het Internet worden besproken. SNMP vormt hierop geen uitzondering; de ontwikkeling van SNMP wordt met name besproken in de RFC's 1155 tot en met 1158 en 1213, maar er zijn nog veel meer RFC's waarin dit onderwerp aan bod komt. Marshall Rose, momenteel vice-voorzitter van de afdeling Engineering van First Virual Holdings, en Jeff Case, directeur van SNMP Research, worden gezien als de ontwikkelaars van SNMP. SNMP bestaat eigenlijk uit een eenvoudige verzameling specificaties voor netwerkcommunicatie waarin de basisbeginselen van netwerkbeheer worden vastgelegd. Het bestaande netwerk wordt hierbij zo min mogelijk belast. De service werkt door middel van het uitwisselen van berichten met netwerkinformatie.

SNMP voordelen

Een aantal voordelen van SNMP zijn:
  1. SNMP heeft zichzelf bewezen: het is gemakkelijk te implementeren en belast het bestaande netwerk nauwelijks.
  2. SNMP wordt wereldwijd gebruikt: de meeste netwerkproducten bevatten de SNMP-technologie, waardoor het gemakkelijker te implementeren is.
  3. U hoeft geen gebruikersinterface voor beheer te ontwikkelen als productontwikkeling niet in het belang van het bedrijf is, want er zijn veel van dergelijke interfaces beschikbaar.
  4. SNMP is eenvoudig te integreren in andere netwerkprogramma's. Daarnaast kan de service worden uitgebreid en is deze door de eenvoudige opzet gemakkelijk aan te passen voor de toekomst.
  5. SNMP kan gemakkelijk worden opgenomen in grotere frameworks voor beheer.
  6. SNMP biedt een mechanische waardoor beheerconsoles dynamisch op de hoogte worden gesteld van nieuwe onderdelen. Daardoor kunnen consoles, die jaren geleden zijn geschreven, onderdelen beheren die vandaag de dag worden ontwikkeld.

SNMP-centre

SNI gebruikt SINIX als hardwareplatform voor zowel een SNMP-networkcentre als een SNMP-agent en TRANSVIEW-SNMP als programmatuur; de meeste leveranciers van netwerkapparatuur gebruiken echter een MS-DOS of OS/2 PC als networkmanagement-centre.

SNMP-console

Elke computer waarop de grafische gebruikersinterface voor SNMP-beheer wordt uitgevoerd.

SNMP-vertaalslag

Vindt op het netwerk plaats via het netwerktransportprotocol IP, IPX of AppleTalk.

SOAP

  • Simple Object Access Protocol
Protocol voor toegang van applicaties via HTTP en XML. SOAP is een op XML gebaseerde specificatie voor het uitvoeren van Remote Procedure Calls (RPC's), en dus de componentenlijm voor het ontwikkelen van gedistribueerde systemen. SOAP is door Microsoft in samenwerking met onder meer IBM en Lotus ontwikkeld en vervolgens overgedragen aan de IETF (Internet Engineering Task Force).

SOCKS

  • Socket Secure Server
Een standaard die op een computer achter een firewall in staat stelt om gebruik te maken van internet- respectievelijk TCP/IP-diensten, zoals FTP, Telnet of WWW, om toegang te krijgen tot resources buiten de firewall. De veiligheidsvoorwaarden die door de firewall moeten worden gewaarborgd worden door SOCKS gehandhaafd. SOCKS wordt gedefinieerd in de volgende RFC's: 1928, 1929 en 1961.

Socks 5

Internet standaard protocol (RFC 1928) om veilig een firewall door te komen.

SPX

  • Sequenced Packet eXchange
Het protocol waarvan Novell bij zijn IPX gebruik maakt om er zeker van te zijn dat de overdracht van data over het netwerk correct is verlopen. Het protocol is oorspronkelijk verzonnen door Xerox.

SQLXML

XML-technologie waarmee een XML-document gemaakt kan worden vanuit gegevens in een SQL-database, en waarbij dat document via HTTP beschikbaar wordt gesteld.

SRTP

  • Secure Real-time Transport Protocol
Deze protocol levert een betrouwbare bericht authenticatie en zorgt voor herhalings beveiliging aan het RTP-verkeer (Real-time Transport Protocol) en het verkeer voor controle van RTP. SRTP levert een raamwerk voor versleuteling en bericht authenticatie van RTP en RTCP streams. SRTP definieert een set van standaard cryptografische transporten en het staat toe om nieuwe typen van transporten te introduceren. SRTP is geschikt voor unicast en multicast RTP-applicaties.

SRV-records

DNS-record. SRV-records lijken veel op MX-records (Mailserver), maar ze zijn niet protocolspecefiek. In plaats daarvan wordt het protocol opgenomen in de naam die je opzoekt en dat werkt uitstekend omdat een clientapplicatie heel goed weet welke protocolnaam hij moet zoeken.

SSCOP

  • Service Specific Connection-Oriented Protocol
Protocol voor de besturing van een verbinding.

SSL

  • Secure Sockets Layer
Een Internet-protocol dat beveiligde en geverifieerde TCP/IP-verbindingen biedt. Een client en een server voeren een handshake uit waarbij ze het niveau van beveiliging overeenkomen, zoals de eisen voor authentication en codering. SSL kan worden gebruikt om vertrouwelijke gegevens voor de overdracht te coderen.

Stateless

Protocol dat niets onthoudt. Een voorbeeld van een stateless protocol is HTTP.

Stateless autoconfiguration

Functie van IPv6. Het initiatief van de configuratie gaat steeds meer uit van de client. Door middel van multicast pakketjes zal de client zelf in staat zijn om uit te zoeken welke adresconfiguratie gebruikt moet worden.

STD

  • Standard
Standaard type RFC (Request For Comments).

STP

  • Spanning Tree Protocol
Een netwerkprotocol dat ontwikkeld is om een single path (enkel pad) over het netwerk te vormen. Zo wordt ervoor gezorgd dat er geen loops (lussen) worden gevormd op het netwerk, ook niet wanneer er meerdere paden tegelijk naar dezelfde ontvanger worden gestuurd.

STT

  • Secure Transaction Technology
Standaard voor beveiligingsprotocollen, ontwikkeld door Visa en Microsoft.

SWAP

  • Simple Workflow Access Protocol
Protocol om workflow-processen tussen verschillende systemen uit te wisselen. SWAP steunt op extensies van de HTTP 1.1 standaard.

Synchronous Data Link Control

  • SDLC
Het datalink (datatransmissie)-protocol dat op uitgebreide schaal wordt toegepast in netwerken die gebaseerd zijn op SNA van IBM. SDLC is een richtlijn voor communicatie die het formaat definieert waarin gegevens worden verzonden. Zoals de naam suggereert, wordt SDLC gebruikt bij synchrone transmissies. SDLC is ook een bit-georiënteerd protocol en verdeelt gegevens in gestructureerde eenheden die frames worden genoemd.

Synchroon protocol

Protocol waarbij een blok van karakters wordt voorafgegaan door een synchronisatiekarakter (SYNC Byte). De ontvanger kan op dit ogenblik de ontvangstklok gelijk stellen met de zendklok. Door de klokken gelijkmatig te laten verlopen kunnen de karakters uit de bitstroom worden gehaald.

Systems Network Architecture Distribution Services

  • SNADS
Een store-and-forward-protocol van IBM voor de overdracht van gegevens. SNADS maakt het mogelijk dat afzender en ontvanger niet gesynchroniseerd hoeven te zijn.