computerwoorden.nl
Protocollen woordenboek
Home | Sitemap | Zoektips | | Blog

Protocollen

L2F

  • Layer 2 forwarding
Protocol, afkomstig van Cisco, onafhankelijk van IP, werkt direct met ATM en frame relay media. Ondersteunt RADIUS, TACACS en PPP.

L2TP

  • Layer 2 Tunneling Protocol
IETF-protocol gebaseerd op PPTP en L2F, gebruikt ook IPSec encryptie. Layer 2 verwijst naar de datalink laag van het OSI-model.

Label

In een MPLS (Multiprotocol Label Switching) netwerk is de label een korte, met vaste grootte, op lokaal niveau belangrijke manier om te identificeren, dat wordt gebruikt om een FEC (Forwarding Equivalence Class) te identificeren. De label wordt gekoppeld aan een datapakketje met de informatie over de FEC waartoe het pakket is geadresseerd.

LAP

  • Link Access Procedure
Datalink-protocol van CCITT gebaseerd op HDLC en gebruikt in de X.25 netwerk-interface.

LAPB

  • Link Access Procedure Balanced
Protocol voor foutcontrole toegepast bij X.25 en sommige geavanceerde modems.

LAPM

  • Link Access Procedure for Modems
Een foutcontroleprotocol dat gedefinieerd is in de ITU-T Recommendation V.42. Net zoals de MNP-protocollen gebruikt LAPM cyclic redundancy checking (CRC) en hertransmissie van foute gegevens (ARQ) om de betrouwbaarheid van de gegevens te waarborgen.

LAT

  • Local Area Transport
Layer voor PCSA en/of DecNet. Een non-routable protocol van Digital Equipment Corporation.

Layer 2 forwarding

  • L2F
Protocol, afkomstig van Cisco, onafhankelijk van IP, werkt direct met ATM en frame relay media. Ondersteunt RADIUS, TACACS en PPP.

Layer 2 Tunneling Protocol

  • L2TP
IETF-protocol gebaseerd op PPTP en L2F, gebruikt ook IPSec encryptie. Layer 2 verwijst naar de datalink laag van het OSI-model.

LCP

  • Link Control Protocol
Dat deel van het PPP-protocol dat de verbinding opzet en afsluit, en onderhandelt over de opties.

LDAP

  • Lightweight Directory Access Protocol
Stel u hebt een bedrijf met duizend werknemers; die hebben allemaal een e-mailadres, doorkiesnummer en uiteraard een voor- en achternaam. Nu moet u voor al die gebruikers mailboxen creëren. Vervolgens installeert u een proxy- en een FTP-server, en daar moeten dezelfde gebruikers nog eens op worden herkend. Gaat u dit allemaal handmatig invoeren? Vroeger moest dit, omdat uitwisseling van gebruikersgegevens onmogelijk was, of te ingewikkeld. Daarom is LDAP ontwikkeld. Dit protocol is ontwikkeld op de X.500-standaard. Dit is een standaard voor directory services (database over gebruikersinformatie). Met LDAP is het mogelijk om op een relatief eenvoudige manier gegevens over gebruikers over het Internet te versturen. Novell gebruikt LDAP bijvoorbeeld om alle instellingen van gebruikers op een logische manier op te slaan. Dit protocol wordt onder ander toegepast om de Active Directory van Windows te lezen, te veranderen en te doorzoeken. LDAP is gedefinieerd in de volgende RFC's: 1777, 1778, 1959, 1960, 2255, 1823 en 2254.

LDP

  • Label Distribution Protocol
Een specificatie die ervoor zorgt dat een LSR (Label Switch Router) labels aan gelijke LDP's kan koppelen. Wanneer een LSR een label koppelt aan een FEC (forwarding equivalence class) heeft het behoefte aan om de andere LSR's te laten weten van het bestaan van de label met de doelstelling ervan.

Lightweight Directory Access Protocol

  • LDAP
Een Internet-protocol dat wordt gebruikt voor de toegang van clients tot een op X.500 gebaseerde directory. Dit protocol wordt onder ander gebruikt om een bedrijf met duizend werknemers; die hebben allemaal een e-mailadres, doorkiesnummer en uiteraard een voor- en achternaam. Nu moet u voor al die gebruikers mailboxen creëren. Vervolgens installeert u een proxy- en een FTP-server, en daar moeten dezelfde gebruikers nog eens op worden herkend. Gaat u dit allemaal handmatig invoeren? Vroeger moest dit, omdat uitwisseling van gebruikersgegevens onmogelijk was, of te ingewikkeld. Daarom is LDAP ontwikkeld. Dit protocol is ontwikkeld op de X.500-standaard. Dit is een standaard voor directory services (database over gebruikersinformatie). Met LDAP is het mogelijk om op een relatief eenvoudige manier gegevens over gebruikers over het Internet te versturen. Novell gebruikt LDAP bijvoorbeeld om alle instellingen van gebruikers op een logische manier op te slaan. Dit protocol wordt onder ander toegepast om de Active Directory van Windows 2000 te lezen, te veranderen en te doorzoeken.

Local Area Transport

  • LAT
Layer voor PCSA en/of DecNet. Een non-routable protocol van Digital Equipment Corporation.

LPD

  • Line Printer Daemon
Unix-protocol afkomstig van Berkeley. Een LPD-service op de afdrukserver ontvangt documenten (afdruktaken) van LPR-hulpprogramma's (Line Printer Remote) die op clientsystemen worden uitgevoerd.

LPDU

PDU (Protocol Data Unit) met communicatie-informatie voor de data link layer (OSI-model).

LSP

  • Label Switch Path
Een LSP is een specifiek pad die een pakket moet volgen binnen een MPLS (Multiprotocol Label Switching) netwerk. Een LSP wordt gevormd middels het gebruik van LDP's (Label Distribution Protocols), zoals RSVP-TE of CR-LDP. Beide protocollen zorgen voor een pad door een MPLS netwerk en reserveren voldoende bronnen voor de data pad.

LSR

  • Label Switching Routers
Routers die met behulp van labels binnen een MPLS (Multiprotocol Label Switching) netwerk de datapakketten doorsturen.

LVDS

  • Low Voltage Differential Swing
Een met PanelLink concurrerend protocol.