computerwoorden.nl
Protocollen
Home | Sitemap | Zoektips | | Blog

Protocollen

CARP

  • Common Address Redundancy Protocol
Een protocol dat ervoor zorgt dat een aantal hosts op hetzelfde lokale netwerk een set van IP-adressen onderling kan delen. Enkele functionaliteiten van CARP komen overeen met VRRP (Virtual Router Redundancy Protocol), terwijl het protocol CARP in andere aspecten weer totaal verschillend is. CARP is ontwikkeld voor een betere beveiliging en is protocol-onafhankelijk (zowel IPv4 als IPv6 wordt ondersteund). CARP levert behalve een hoge beschikbaarheid ('high availability') ook een mate van load balancing.

Carrier Ethernet

Hoge snelheids Ethernet voor Metro Area Networks. De standaard definieert de standaard Ethernet packet verbinding tot het internet, het bevorderen van de samenwerking met draadloze netwerken en belooft een wide area netwerk schaalbaarheid van meer dan 10 Gbps.

Category 1

  • CAT-1
ISO-norm voor een kabel zonder prestatiecriterium.

Category 2

  • CAT-2
ISO-norm voor een kabel met een bandbreedte van 1 MHz.

Category 3

  • CAT-3
ISO-norm voor een kabel met een bandbreedte van 16 MHz.

Category 4

  • CAT-4
ISO-norm voor een kabel met een bandbreedte van 20 MHz.

Category 5

  • CAT-5
ISO-norm voor een kabel met een bandbreedte van 100 MHz (geschikt voor 10/100 Mbit netwerken).

Category 6

  • CAT-6
ISO-norm voor een kabel met een bandbreedte van 200 MHz.

Category 7

  • CAT-7
ISO-norm voor een kabel met een bandbreedte van 600 MHz.

CEPT

Commissie die zich bezighoudt met het vastleggen van de videotexstandaard. Deze standaard geeft een hogere resolutie dan PRESTEL, maar is daardoor ook langzamer in zijn beeldopbouw.

CHAP

  • Challenge Handshake Protocol
Verificatiemethode bij internet-toegang via PPP. Het wachtwoord wordt gecodeerd over het net verzonden.

CHAP

  • Challenge Handshake Authentication Protocol
Toegangsbeveiliging van Windows NT.

CIDR

  • Classless Inter-Domain Routing
  • Adresaggregatie
Omdat er efficiënt gebruik moet worden gemaakt van het beschikbare adresbereik van de IP-klassen (en omdat het nodig is de omvang van de routingtabel van de internet-routers te beperken), is er een IP-adresseermethode ontwikkeld, genaamd CIDR. CIDR biedt de mogelijkheid om verschillende routes naar één bedrijf, die ontstaan doordat er verschillende klasse C-adresblokken aan het bedrijf zijn toegewezen, samen te voegen. Daarnaast biedt CIDR de mogelijkheid om slechts een gedeelte van grote adresklassen (zoals klasse A) toe te wijzen. CIDR herkent de klasse van een IP-adres niet aan de significante bits van het adres, maar maakt hiervoor gebruik van een netwerk-ID dat van lengte kan wisselen (ongeveer zoals het subnetmasker).

Classical IP

Een aangepast protocol voor ATM-netwerken. Heeft geen broadcast-functionaliteiten en kan QoS-aanvragen verzorgen. Om zonder broadcast-mogelijkheden toch de juiste ATM-adressen te kunnen vinden, is ATM-ARP (Address Resolution Protocol) Server nodig. Die wordt meestal in een ATM-switch geïmplementeerd. In Windows 2000 is ondersteuning voor Classical IP toegevoegd.

CLDAP

  • Connectionless LDAP
Een protocol dat lijkt op UDP en gebruikt wordt voor directory service communicatie. Het heeft geen session nodig.

CLI

  • Call Level Interface
Interface voor SQL-databases; opgesteld door de SQL Access Group (SAG).

CLIP

  • Compressed Line Internet Protocol
De gecomprimeerde versie van SLIP, een communicatieprotocol.

CLNP

  • Connectionless Network Protocol
OSI-protocol (Open Systems Interconnection) dat zorgt voor de OSI Connectionless Network Service (bezorgen van data). CLNP is de OSI-equivalent van het NetWare IPX-protocol en het internet IP-protocol.

CLTP

  • Connectionless Transport Protocol
Protocol dat zorgt voor end-to-end transport, data-adressering en foutcontrole. Het garandeert echter niet de levering en doet niet aan flow control. De OSI-equivalent van het User Datagram Protocol (UDP).

CMIP

  • Common Management Information Protocol
Dit is het door de werkgroep X3T5.4 van het American Standards Committee (ASC), in opdracht van de ISO, gedefinieerde protocol voor gedecentraliseerd netwerkmanagement. Het zorgt ervoor dat de netwerkbeheerder supervisie houdt op het netwerk met programma's van verschillende leveranciers. De gegevensuitwisseling tussen netwerkmanagementinstanties wordt met dit protocol gerealiseerd. CMIP is flexibeler en heeft meer mogelijkheden dan SNMP.

CMOL

  • CMIP over LLC
Dit is de door IEEE-802.1B goedgekeurde protocolspecificatie.

CMOT

CMIP (Common Management Information Protocol) met behulp van het TCP/IP-transportprotocol.

Communicatieprotocol

Afspraken op het gebied van communicatie, die zijn geïmplementeerd in software of hardware die verantwoordelijk is voor het netwerkverkeer.

Connection Oriented Protocol

Hierbij wordt tussen een zender en een ontvanger een logische verbinding opgebouwd, die gedurende de complete gegevensoverdracht intact blijft. Een voorbeeld hiervan is X.25 met zijn Packet Layer Protocol (PLP).

Connectionless Protocol

Hierbij wordt geen verbinding opgezet, maar wordt elk packet voorzien van het adres van de ontvanger en de zender. De ontvanger ziet zijn packet voorbijkomen en leest het van de lijn. Een voorbeeld hiervan is het Internet Protocol (IP).

CSD

  • Circuit-Switched Data
Een circuit-georiënteerd protocol, wordt gebruikt als dragerdienst. Via een apart datakanaal wordt een verbinding opgezet.

CSLIP

  • Compressed Serial Line Internet Protocol
Gecomprimeerde vorm van SLIP, ongeveer even snel als PPP. CSLIP staat beschreven in RFC 1144.

CSR

  • Cell Switch Routing
Routing-protocol van Toshiba.