computerwoorden.nl
Protocollen woordenboek
Home | Sitemap | Zoektips | | Blog

Protocollen

B-node-protocol

Het B-node-protocol vertrouwt volledig op lokale broadcasts voor naamomzetting, naamherkenning en vrijgave van namen. Als een host niet wordt aangetroffen in de NetBIOS-naamcache of buiten bereik van een lokale broadcast valt, kan de NetBIOS-naam niet worden omgezet. Deze methode vereist bijna geen configuratie, maar veroorzaakt veel netwerkverkeer.

Batched SMTP

  • Queued SMTP
Met batched SMTP is het mogelijk om zelf een mailserver te draaien ondanks het ontbreken van een betrouwbare 24-uurs internetverbinding.

BECN

  • Backward Explicit Congestion Notification
Protocol gebruikt in frame relay.

Bell

AT&T-standaard voor datacommunicatie.

BGP

  • Border Gateway Protocol
Een routerprotocol dat dient voor het uitwisselen van routing-informatie tussen gateway hosts in een netwerk, met als doel de beste route te kiezen. BGP wordt vaak gebruikt tussen gateway hosts op het internet.

Binary Synchronous Communication Protocol

  • Bisync
Een communicatieprotocol dat ontwikkeld is door IBM. Bisync-transmissies worden óf in ASCII óf in EBCDIC gecodeerd. De boodschappen kunnen een willekeurige lengte hebben en worden verzonden in eenheden die frames worden genoemd, eventueel voorafgegaan door een message header. Omdat Bisync synchrone transmissie gebruikt, waarbij bepaalde tijdsintervallen worden gescheiden, begint en eindigt elk frame met speciale tekens. Hierdoor kunnen de zendende en ontvangende apparaten hun klok gelijkzetten.

Bisync

  • Binary Synchronous Communication Protocol
Een communicatieprotocol dat ontwikkeld is door IBM. Bisync-transmissies worden óf in ASCII óf in EBCDIC gecodeerd. De boodschappen kunnen een willekeurige lengte hebben en worden verzonden in eenheden die frames worden genoemd, eventueel voorafgegaan door een message header. Omdat Bisync synchrone transmissie gebruikt, waarbij bepaalde tijdsintervallen worden gescheiden, begint en eindigt elk frame met speciale tekens. Hierdoor kunnen de zendende en ontvangende apparaten hun klok gelijkzetten.

BONDING

Een protocol volgens industrienorm voor "bandbreedte op aanvraag". BONDING maakt gebruik van de techniek van omgekeerd multiplexen om de twee B-kanalen van één ISDN-lijn aan elkaar te verbinden. Zo wordt één high-speed circuit gevormd, dat een snelheid van 128 kbps kan bereiken.

BOOTP

  • Bootstrap Protocol
Protocol om de netwerkparameters van de verschillende werkstations in te stellen vanaf een centrale server. Opgevolgd door DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol). De BOOTP-server wijst automatisch IP-adressen toe gedurende een bepaalde tijd. BOOTP is een TCP/IP-netwerkprotocol dat het mogelijk maakt TCP/IP te starten en configureren op clients zonder diskettesstation.

Bootstrap Protocol

Protocol om in een netwerk een disketteloze computer te starten.

BPDU

  • Bridge Protocol Data Unit
BPDU's zijn een gedeelte van het STP (Spanning Tree Protocol). Ze helpen de attributen van een switch port beschrijven en identificeren. BPDU's maken het voor switches mogelijk om informatie over elkaar in te winnen.

BSC

  • Bisynchrone Transmissie
Een byte- of tekengeoriënteerd communicatieprotocol van IBM dat een industriestandaard is geworden. Maakt gebruik van een vaste set besturingstekens voor gesynchroniseerde transmissie van binair gecodeerde data tussen stations in een datacommunicatiesysteem.

bSMTP

  • Batched Simple Mail Transfer Protocol
Een manier om met een inbelaccount (van een internetprovider) meerdere e-mailadressen te creëren.