computerwoorden.nl
Programmeren in C++ woordenboek
Home | Sitemap | Zoektips | | Blog

C++

Pointer

Variabele waarin je een adres kunt opbergen.

Polymorfisme

Het verschijnsel dat functies met gelijke signatuur zich verschillend kunnen gedragen, afhankelijk van het object waarop de functie werkt.

Ponskaarten

Langwerpige kaarten waarin gaatjes worden gesponst. Dergelijke kaarten worden al meer dan 100 jaar gebruikt om langs mechanische of elektronische weg grote hoeveelheden gegevens te tellen. Via een kaartlezer kun je de woorden die op de ponskaart staan invoeren in de computer.

Postconditie

Bij het schrijven van functies is het vaak erg nuttig te omschrijven aan welke voorwaarden voldaan moet zijn alvorens je de functie met succes kunt aanroepen. Die verzameling voorwaarden heet de preconditie. Bij functies zie je vaak ook een postconditie, dat is datgene wat waar is na afloop van de uitvoering van de functie.
Voorbeeld postconditie.
Voorbeeld postconditie.

Postfix-operator

Een increment-operator die achter een variabele staat. Wanneer de increment variabele (++) acher de variabele staat, wordt eerst de expressie uitgevoerd en daarna pas de verhoging van de variabele. Bij de prefix-operator wordt eerst de variabele verhoogd, vervolgens wordt de expressie uitgevoerd.
Programma met Postfix en Prefix operator.
Programma met Postfix en Prefix operator.
Resultaat van het programma.
Resultaat van het programma.

Precisie

De mate van nauwkeurigheid bij het weergeven van floating point variabelen. Een variabele van het type float is tot 7 cijfers achter de decimale punt nauwkeurig, terwiil een variabele van het type double 15 cijfers precisie kent en long double van 19 cijfers.

Preconditie

Bij het schrijven van functies is het vaak erg nuttig te omschrijven aan welke voorwaarden voldaan moet zijn alvorens je de functie met succes kunt aanroepen. Die verzameling voorwaarden heet de preconditie. Bij functies zie je vaak ook een postconditie, dat is datgene wat waar is na afloop van de uitvoering van de functie.
Voorbeeld preconditie.
Voorbeeld preconditie.

Predence

  • Prioriteit
Elke operator heeft een predence (prioriteit). Dit wil zeggen dat er afspraken zijn over de vorrang die de ene operator heeft op de andere. Als een operator een hogere prioriteit heeft, wordt deze eerder uitgevoerd. De bekende regel “Meneer van Dale wacht Op Antwoord”, die de algemene rekenkundige prioriteit vaststeld, werkt niet onder C++. De prioriteit onder C++ is als volgt:
  • De operatoren *, / en % hebben gelijke prioriteit
  • De operatoren + en - hebben gelijke prioriteit
  • De operatoren *, / en % hebben een hogere prioriteit dan + en -.
  • In een berekening met operatoren met gelijke prioriteit wordt de berekening van links naar rechts uitgevoerd.

Prefix-operator

Een increment-operator die voor een variabele staat. Wanneer de increment variabele (++) voor de variabele staat, wordt deze eerst verhoogd alvorens de variabele wordt gebruikt in een expressie. Bij de post-operator, wordt eerst de expressie uitgevoerd en daarna pas de verhoging van de variabele.
Programma met de postfix en prefix operators.
Programma met de postfix en prefix operators.
Resultaat van het programma.
Resultaat van het programma.

Preprocessor

Programma dat de broncode leest en zonodig bewerkt voordat de compiler dat gaat vertalen.
Van broncode tot programma.
Van broncode tot programma.

Prioriteit

  • Precedence
Rangorde die in een expressie aangeeft in welke volgorde de bewerkingen uitgevoerd moeten worden.

Private (van variabele of lidfunctie)

Beschermde leden van een klasse, die alleen toegankelijk zijn vanuit lidfuncties van de eigen klasse.

Procedure-gericht programmeren

Wijze van programmeren waarbij procedures (functies) de bouwstenen zijn van het programma.

Procedures

Deelactiviteiten die samen een programma vormen. Tijdens procedure-gericht programmeren worden de activiteiten die de computer moet uitvoeren van tevoren gesplitst in kleine, overzichtelijke deelactiviteiten.

Processor

Elektronische schakeling (chip) die het belangrijkste deel van het werk van een computer voor zijn rekening neemt.

Prototype

  • Declaratie van een functie
Declaratie van een functie (dus zonder de body van de functie). Zo'n prototype is nodig om aan de compiler duidelijk te maken dat verderop in het programma een functie wordt gebruikt. Je kunt prototyping van een functie vergelijken met de declaratie van een variabele: in beide gevallen vertellen ze aan de compiler wat er tijdens het programma wordt gebruikt. In het prototype staat de volgende informatie voor de compiler:
  • Het type van de functiewaarde (eventueel void als de functie geen waarde hoeft af te leveren).
  • De naam van de functie.
  • De argumenten met vermelding van hun type en eventueel default-waarden voor de argumenten.
Prototyping van een functie.
Prototyping van een functie.

prout

Een stream die ervoor regelt dat de uitvoer naar de printer gaat. Met de commando “ofstream prout(“LPT1”);” gaat de uitvoer naar LPT1. LPT1 is de naam van de poort die in veel computers voor de communicatie met de printer gebruikt wordt. Om prout te kunnen gebruiken moet de headerfile fstream worden geladen. Prout kan op dezelfde manier als cout (wat voor de uitvoer naar het beeldscherm verzorgt) gebruikt worden. Het is verstandig om je programma te eindigen met de commando “prout << endl << ‘\f'; “. Dit zorgt ervoor dat de printkop terug naar het begin van de regel wordt geplaatst en een zogeheten form feed character naar de printer wordt gestuurd, waardoor het laatst bedrukte blaadje uit de printer zal komen.
Printen met behulp van prout.
Printen met behulp van prout.

Put

  • Store
Een waarde in een stream plaatsen.

Put pointer

Pointer die aangeeft waar op welke plaats naar een file geschreven gaat worden.