computerwoorden.nl
Programmeren in C++ woordenboek
Home | Sitemap | Zoektips | | Blog

C++

Faculteit

Bij kansberekeningen spelen faculteiten een rol. Een faculteit geef je aan met een uitroepteken achter een positief getal, bijvoorbeeld 5!. Met behulp van een for-statement kun je eenvoudig een faculteit berekenen.
Programma voorbeeld om faculteiten te berekenen.
Programma voorbeeld om faculteiten te berekenen.
Resultaat van het programma.
Resultaat van het programma.

false

  • niet waar
Antwoord op een vraag wat niet waar is. De waarde false behoort in C++ tot een apart basistype, namelijk bool.

File

Een hoeveelheid gegevens die bij elkaar onder een bepaalde naam bewaard wordt. Vaak een bestand dat op schijf staat.

File I/O

Invoer en uitvoer met files.

File pointer

Pointer die aangeeft waar op welke plaats in een file gelezen of geschreven gaat worden.

fixed

Manipulator die in combinatie met setw() wordt gebruikt voor het weergeven van floating point getallen (zwevende komma getallen). Met fixed kun je voorkomen dat getallen in de wetenschappelijke notatie worden getoond. Wil je juist wel alle getallen in wetenschappelijke notatie tonen, dan kun je gebruik maken van het woord scientific.
Programma met setprecision, showpoint en fixed manipulators.
Programma met setprecision, showpoint en fixed manipulators.
Resultaat van het programma.
Resultaat van het programma.

Fixed point-notatie

Notatie voor gebroken getallen, waarbij de plaats van de decimale punt vastligt, (namelijk achter de eenheden, en dus voor de tienden).

float

Variabele waarin een floating point number (getal met decimalen) wordt opgeslagen. Een float-variabele neemt doorgaans 4 bytes in beslag, net als een int, maar de manier waarop een gebroken getal in vier bytes wordt opgeslagen is heel anders dan de manier waarop een int wordt opgeslagen. Zo'n float wordt weergegeven met een precisie van 7 cijfers. Dat wil zeggen dat meer cijfers achter de decimale punt wordt weggelaten door een afronding, en dat er eventueel overgegaan wordt op de zogeheten wetenschappelijke notatie, met het symbool e voor de machten van 10.
Floating point type.
Floating point type.

Floating point number

In veel gevallen heb je een gebroken getal nodig, voor getallen met een decimale punt wordt gebruik gemaakt van floating point number (Engels voor drijvende komma getal).
Floating point type.
Floating point type.

Floating point-notatie

  • Scientific notation
Notatie voor gebroken getallen, waarbij de decimale punt niet achter de eenheden hoeft te staan, maar afhankelijk is van de grootte van het getal. Via een exponent wordt aangegeven hoeveel de decimale punt is verschoven.
Floating point type.
Floating point type.

For-statement

Een for-statement is een herhalingsopdracht of een loop, waarmee je de uitvoering van opdrachten kunt herhalen. Een for-statement houdt het volgende in: zolang de waarde voldoet, moet je het volgende uitvoeren. Een for-statement bestaat uit twee delen:
  1. Een controle gedeelte waarmee de herhalingen bestuurd worden.
  2. Een body waarin staat wat herhaald moet worden.
Met een for-statement kun je eenvoudig een x-aantal strafregels schrijven.
Met een for-statement kun je eenvoudig een x-aantal strafregels schrijven.
De schematische opbouw van een for-statement.
De schematische opbouw van een for-statement.

For-statement controlegedeelte

Het controlegedeelte van het for-statement bestaat uit drie gedeelten. Een voorbeeld van het for-statement is: “for( int i = 0; i < 10; i++) { cout << boe; }”.
Opbouw van een for-statement.
Opbouw van een for-statement.
De schematische opbouw van een for-statement.
De schematische opbouw van een for-statement.

Formatting flag

Een constante die mede bepaalt hoe de opmaak van een waarde er uit komt te zien.

Formele argumenten

De variabele argumenten die tijdens het prototyping en definitie van een functie worden bepaald. De formele argumenten krijgen tijdens het aanroepen van de functie de waardes van de actuele argumenten, die in de aanroep zijn gedefinieerd.
Formele argumenten.
Formele argumenten.

Friend-functie

Een globale functie (geen lidfunctie) die rechten heeft met betrekking tot toegang van de leden in de klasse waarvan hij als friend is gedefinieerd.

fstream

Header file van C++, waarin de uitvoer naar de printer is geregeld. Dit header bestand moet middels include aan het programma worden gekoppeld.

Functie

  • Function
  • Procedure
  • Routine
Een gedeelte van een programma met een naam, eventueel een aantal argumenten, en een body waarin opdrachten staan. Door de naam van de functie te noemen wordt de functie aangeroepen, dat wil zeggen geactiveerd. Een andere naam voor functie is subroutine en methode. Een functie bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. kop of header van de functie, waarin de naam staat van de functie.
  2. body van de functie, het gedeelte tussen de accolades. Hierin staan alle opdrachten.
Aanroep van de functie main().
Aanroep van de functie main().

Functie richtlijnen

Functie richtlijnen zijn:
  1. Bedenk een naam voor de functie die nauw aansluit bij wat de functie moet doen.
  2. Maak functies zo flexibel dat ze in meer dan één situatie toepasbaar zijn. Die flexibiliteit kun je heel vaak bereiken door de functie een of meer argumenten te geven.
  3. Bedenk welke gegevens de functie per se nodig heeft om zijn werk goed te doen en zorg dat deze gegevens middels formele argumenten aan de functie meegedeeld kan worden. Bekijk ook welke type argumenten nodig zijn.
  4. Bedenk of de functie een waarde moet afleveren die weer gebruikt kan worden in verdere berekeningen of andere bewerkingen. Bedenk van welk type die eventuele functiewaarde moet zijn.

Functie-overloading

  • Functie overlading
  • Overloading
Herdefinitie van een functie. Het gaat hierbij altijd om functies met dezelfde naam, maar met een andere signatuur. Het is mogelijk om onder C++ meerdere functies met dezelfde naam te gebruiken. De compiler moet dan wel bij een aanroep van de functie kunnen vaststellen om welke functie het gaat. Dit onderscheid moet gebaseerd zijn op het aantal argumenten van de functie of het type van de argumenten van de functie.
Voorbeeld functie overlading.
Voorbeeld functie overlading.
Resultaat voorbeeld functie overlading.
Resultaat voorbeeld functie overlading.

Functie-overriding

  • Overriding
Functie in een afgeleide klasse die precies dezelfde naam en signatuur heeft als een functie in de basis-klasse.

Functie-template

Een sjabloon voor een functie, waarbij het type van een of meer van de argumenten nog niet is bepaald. Pas bij de aanroep van de sjabloon wordt het type ingevuld.

Functieaanroep

  • Aanroep
Plaats van een programma waar een fuctie wordt geactiveerd. Alle opdrachten in die bij de aangeroepen functie horen, worden hier uitgevoerd. Wanneer je niet een functie aanroept, zal deze dus ook niet worden uitgevoerd.
Script waarin een functie wordt aangeroepen.
Script waarin een functie wordt aangeroepen.
Schematiesche opbouw van een functieaanroep.
Schematiesche opbouw van een functieaanroep.

Functiewaarde

  • Return value
  • Terugkeerwaarde
Waarde die door een functie door middel van het return-statement wordt afgeleverd.
Vierkantswortel programma met terugkeerwaarde.
Vierkantswortel programma met terugkeerwaarde.