computerwoorden.nl
Programmeren in C++ woordenboek
Home | Sitemap | Zoektips | | Blog

C++

Data hiding

  • Encapsulation
Het afschermen van gegevens door ze zodanig in een klasse op te bergen, dat ze uitsluitend voor de eigen lidfuncties van de klasse gelezen en veranderd kunnen worden.

dcor

  • Destructor
De destructor wordt aangeroepen wanneer het object wordt opgeruimd, bijvoorbeeld bij een lokaal object aan het einde van het blok waarin het werd gemaakt. De default destructor die daarbij door de compiler wordt ingezet, doet niets, maar kan worden vervangen door een eigen destructor, die bijvoorbeeld een melding naar een logbestand zou kunnen schrijven. De destructor heet hetzelfde als de klasse zelf, maar wordt voorafgegaan door een tilde (~). Een destructor kan worden gebruikt om bijvoorbeeld bepaalde opruimwerkzaamheden uit te voeren, geheugen weer vrij te maken of andere nuttige dingen te doen.

dec

Met de manipulator dec kun je een geheel getal in het tientallig (decimaal) stelsel schrijven. Wordt in combinatie met setw() gebruikt.
Programma om hex-, oct- en dec-getallen te laten zien.
Programma om hex-, oct- en dec-getallen te laten zien.
Restultaat van het programma.
Restultaat van het programma.

Declaratie

Aankondiging dat een bepaald object of een bepaalde functie gebruikt zal gaan worden. De declaratie van een functie heet ook een prototype.

Declaratie van een functie

  • Prototype
Aankondiging dat een bepaalde functie gebruikt gaat worden.

Declareren variabele

Aankondigen van een bepaalde variabele, waarbij je aangeeft welke type variabele je gaat gebruiken en de naam van de variabele.
Declareren van variabelen.
Declareren van variabelen.

Deep copy

  • Diepe kopie
Kopie van een object waarbij zowel een pointer als datgene waar de pointer naar wijst wordt gekopieerd.

Default-argument

Argument in een functie dat een van tevoren vastgestelde waarde krijgt (de default-waarde) indien de functie zonder waarde voor dat argument wordt aangeroepen.
Default argumenten gebruikt in een script.
Default argumenten gebruikt in een script.

Definitie van een functie

Het vastleggen van een functie door middel van de body.

Definitie van een variabele

Het feitelijk creëren van een variabele, dat wil zeggen het toewijzen aan de variabele van een geheugenlocatie.

Derde generatie computertaal

  • Hogere programmeertaal
De hogere programmeertalen ontstonden in de loop van de jaren vijftig (1950). Twee talen uit die tijd zijn Cobol en Fortran. In een hogere programmeertaal is het mogelijk om met weinig woorden veel te zeggen. Wat in een hogere programmeertaal met een paar woorden uitgedrukt kan worden, vergt in assembleertaal soms tientallen of honderden instructies. Programmacode moet door vertalers (compilers of interpreters) omgezet worden in voor de computer bruikbare code.

Destructor

Lidfunctie die opruimwerkzaamheden verricht als een object zijn scope verlaat.

Directe basisklasse

Klasse die een directe voorganger is in de lijst van afgeleide klassen, vergelijk moeder en kind.

Do-while-statement

Een herhalingsopdracht die nauw verwant is aan het while-statement. Het belangrijkste kenmerk van het do-while-statement is dat de body van dit statement altijd één keer helemaal wordt uitgevoerd. De test vindt daarna plaats. De uitkomst van die test bepaalt of de body daarna nog een keer of meerdere keren moet worden uitgevoerd.
Voorbeeld van een do-while-statement.
Voorbeeld van een do-while-statement.
Schematische opbouw van een do-while-statement.
Schematische opbouw van een do-while-statement.

double

Double is een floating point variabele, net zoals het type float, maar dan met een groter bereik en een grotere precisie. Een double heeft een precisie van 15 cijfers, dus tot 15 cijfers achter de decimale punt nauwkeurig.
Floating point type.
Floating point type.

Double linked list

  • Dubbel gekoppelde lijst
Een lijst van objecten die zodanig door twee pointers met elkaar verbonden zijn, dat de lijst in twee richtingen doorlopen kan worden.

Dynamic memory allocation

  • Dynamische geheugen-allocatie
Het in run-time aanvragen en toewijzen van geheugen.