computerwoorden.nl
Programmeren in C++ woordenboek
Home | Sitemap | Zoektips | | Blog

C++

C

Procedurele programmeertaal. C is ontstaan in 1970 en vooral gebruikt door professionele programmeurs. Grote delen van UNIX zijn geschreven in C.

C++

C++ is in de loop van de jaren 80 ontstaan als een uitbreiding van C. Met C++ is objectgeoriënteerd programmeren mogelijk. Dat wil zeggen dat je in C++-klassen kunt definiëren waarvan je objecten kunt maken.

C++ standard library

  • C++ standaard bibliotheek
Alle libraries die standaard bij C++ worden geleverd.

Call by reference

Het aanroepen van een functie met een reference-argument.
Functie met een reference argument.
Functie met een reference argument.
Schematische weergave van functie met reference voorbeeld.
Schematische weergave van functie met reference voorbeeld.

Call by value

Het aanroepen van een functie met een value-argument. Een waarde die wordt doorgegeven via de argumenten van een functie.

case

Tijdens een switch-statement wordt achter case de constante geplaatst waarmee de waarde wordt vergeleken. Indien de waarde gelijk is als de constante achter case, dan worden de bijbehorende statements uitgevoerd.
Switch-statement.
Switch-statement.
Resultaat van het switch-statement.
Resultaat van het switch-statement.

Case sensitive

  • Hoofdlettergevoelig
Het maken van onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters.

Cast

  • Type casting
Middel om conversie van het ene naar het andere type af te dwingen.
Voorbeeldscript met en zonder cast.
Voorbeeldscript met en zonder cast.
Resultaat van het castscript.
Resultaat van het castscript.

char

In variabelen van het type char kun je één letter of één ander teken opslaan. Nooit meer dan één. Zo'n teken moet je in het programma tussen apostrofs zetten, bijvoorbeeld de letter a als ‘a', een punt als ‘.' en een spatie als ‘ ‘. De reden dat je gebruik moet maken van apostrofs, is dat je de compiler duidelijk moet maken dat het hier om een waarde gaat in plaats van een naam van een variabele.

Character

Een letter, cijfer, leesteken of een ander symbool. In broncode genoteerd tussen apostrofs.

cin

Object waarin de invoer van het toetsenbord in eerste instantie terecht komt. Met behulp van een extraction-operator (>>) kun je de informatie uit cin halen en in een variabele stoppen.
Gegevens opvragen door middel van cin.
Gegevens opvragen door middel van cin.
Resultaat van het cin-script.
Resultaat van het cin-script.

cin.get()

Opdracht die ervoor zorgt dat het programma wacht totdat iemand op de enter-toets drukt.
Programma wacht tot iemand op enter drukt.
Programma wacht tot iemand op enter drukt.

Circulaire lijst

Objecten die door middel van pointers zodanig naar elkaar verwijzen, dat zij in een circel geplaatst lijken.

Cobol

Hogere programmeertaal voor administratieve toepassingen.

Comment

  • Commentaar
Tekst in een programma dat niet door de compiler wordt vertaald, maar overgeslagen. Het heeft dus geen invloed op het uiteindelijke programma in machinecode. Commentaar kan vaak erg nuttig zijn, vooral als je een programma een tijd geleden geschreven hebt. Ook wanneer iemand anders je programma (broncode) leest kan het erg verhelderend zijn als er commentaar bij staat. Commentaar in C++ kan door middel van twee slashes (één regel) of door begin slash met sterretje, commentaar, eindigend met sterretje slash (meerdere regels).
Commentaar maakt een programma leesbaar voor later en voor anderen.
Commentaar maakt een programma leesbaar voor later en voor anderen.

Compile-time

Tijdens het compileren, dat wil zeggen tijdens het vertalen van een programma.

Compiler

Speciaal programma dat dient om een in een programmeertaal geschreven programmatekst om te zetten in machinecode. De programmatekst wordt aangeduid als broncode, de vertaalde (gecompileerde) versie als de objectcode of doelcode. De compiler heeft de volgende taken:
  1. Het programma controleren op fouten en daar melding van maken.
  2. Als er geen fouten gevonden is, dan het programma vertalen naar machinecode.
Van broncode tot programma.
Van broncode tot programma.

Computerprogramma

  • Software
Een computerprogramma bestaat uit een reeks instructies of opdrachten die door een computer moet worden uitgevoerd.

const modifier

Het woord const, dat op diverse plaatsen in C++-code geplaatst kan worden om aan te geven dat het object erna of ervoor zich als een constante gedraagt.

Constante

Een object dat direct bij de definitie geďnitialiseerd moet worden en gedurende de uitvoering van het programma niet van waarde kan veranderen.

Constructor

Lidfunctie die zorgt voor het maken van een object.

Container-klasse

Een klasse die een of meer objecten van een andere klasse bevat.

Continue-statement

Een continue-statement zorgt ervoor dat de uitvoering van de body van de loop wordt onderbroken, maar niet de loop zelf. Via het continue-statement spring je meteen naar de conditie van de loop. In een while-statement of een for-statement springt het programma dus terug naar de test. In een do-while-statement springt het programma verder naar de test. Afhankelijk van de conditie wordt de body dan opnieuw uitgevoerd of niet.

Controlevariabele

Een variabele dat meestal in een for-statement wordt gedeclareerd om te kijken of de waarde nog steeds voldoet aan de gestelde voorwaarde. Zolang dit nog het geval is, zal de bijbehorende body van de for-statement worden uitgevoerd. Wanneer de controlevariabele binnen de for-statement wordt gedeclareerd, eindigt de scope aan het einde van de for-statement. In de regel “for(int i=1; i<=100;i++)” is i de controlevariabele.
In een for-statement wordt gebruik gemaakt van een controlevariabele.
In een for-statement wordt gebruik gemaakt van een controlevariabele.

cout

Een object dat zorgt voor de stroom van het programma naar het beeldscherm. Met behulp van de insertion-operator (<<) stop je iets in cout. Datgene wat je in cout stopt staat altijd aan de rechterkant van de operator. Om cout te kunnen gebruiken, moet het header-bestand iostream worden ingevoegd.
Het bekende script Hello World laat veel cout-commando's zien.
Het bekende script Hello World laat veel cout-commando's zien.

Crash

Het vastlopen van een programma, of zelfs van de computer. Veroorzaakt door een fout in het programma, in de apparatuur, of in een combinatie van beide.

ctor

  • Constructor
Bij het maken van een object van een klasse wordt dat object door de compiler geïnitialiseerd. De initialisatie kan worden beïnvloed door een constuctor beschikbaar te stellen. Deze wordt dan aangeroepen in plaats van de standaardconstructor (die door de compiler beschikbaar wordt gesteld). De naam van de constructor is gelijk aan de klassenaam.