computerwoorden.nl
Programmeren in C++ woordenboek
Home | Sitemap | Zoektips | | Blog

C++

Basis-klasse

  • Base class
Klasse waarvan tenminste één andere klasse is afgeleid.

Bibliotheek

  • Library
In een software-library staan geen boeken, maar functies. C++ beschikt over verschillende library's die als aparte bestanden op schijf worden meegeleverd met de compiler. Als je in een eigen gemaakt programma gebruik wilt maken van een functie uit een library, dan moet je de library includen met een include-opdracht met daarachter de naam van het juiste header-bestand (library). In zo'n header bestand staan (onder meer) alleen de prototypes van de functies uit de library. Voor wiskundige functies staan de prototypes in het bestand maht of math.h.
Van broncode tot programma.
Van broncode tot programma.
Het laden van diverse bibliotheken voor een vierkantswortel berekening.
Het laden van diverse bibliotheken voor een vierkantswortel berekening.

Bibliotheek

  • Library
Onder de programmeertaal C/C++ haalt de linker uit de bibliotheek alle functies en symbolen die hij nog mist om een uitvoer programma te maken. Bibliotheken hebben de extensie .lib (DOS en Windows) of .a (Linux en UNIX).

Binair stelsel

Talstelsel waarbij 0 en 1 gebruikt wordt om getallen weer te geven. Omdat 0 en 1 eenvoudig in elektronische schakelingen te vangen zijn, is het binaire stelsel bij uitstek geschikt voor coderingen in computers. Er is een eenvoudige relatie met het hexadecimale stelsel.

Binaire boom

Een boom waarbij elke knoop ten hoogste twee vertakkingen heeft.

Binaire operator

Een operator met twee operanden.

Bit

  • Binary digit
  • Binair getal
De allerkleinste geheugeneenheid, die een 0 of een 1 kan bevatten.

Block

  • Blok
Gedeelte van een C++-programma dat tussen accolades staat.

Body van functie

Het gedeelte van de functie dat begint met de eerste openingsaccolade, en eindigt met de laatste sluitaccolade.
De body van een functie.
De body van een functie.

bool

Basistype van variabelen, waarvan de waarde true (waar) of false (niet waar) kan zijn. Het woord bool is afgeleid van de Engelse wiskundige George Boole, die rond 1850 een studie heeft gemaakt van de logica van true en false.

Boolalpha

Het woord boolalpha is een manipulator. Met de manipulator boolalpha kun je de waarden 0 en 1 omzetten naar true en false.
Met boolalpha 1 en 0 omzetten naar true en false.
Met boolalpha 1 en 0 omzetten naar true en false.

Boom

Een enkelvoudige graaf met n knopen en n-1 lijnen.

Break-statement

Soms is het gewenst de loop ergens midden in de body van bijvoorbeeld een loop te onderbreken. Dat kan met een break-statement. De uitvoering van de loop (en dus van de body) wordt bij het woord break direct gestopt.

Broncode

  • Source code
Een voor mensen leesbaar tekstbestand, waarin de opdrachten staan die tezamen een programma vormen. Wordt door de compiler vertaald naar doelcode.

Buffer

  • Tijdelijke opslagplaats
Meestal een variabele waarin een of meer waarden even opgeborgen worden, om ze later verder te verwerken.

Byte

Elementaire geheugeneenheid die opgebouwd is uit 8 bits. Een byte kun je opvatten als een cel waarin je een (stukje van een) geheugen kunt opbergen. Sommige gegevens zijn zo klein dat ze in één byte passen, bijvoorbeeld de letter G, andere gegevens nemen vier bytes in beslag, zoals het getal 234, of meer dan twee bytes, zoals de tekst “sinaasappel”.